vrijdag 14 april 2017

The Mind of the Universe: Gaan robots het overnemen van mensen?

I.
In mei start ‘The mind of the universe’, een televisieserie over de nieuwste ontwikkelingen in de wetenschap. Onderzoekers komen aan het woord die ‘helemaal vooraan staan’; zij zitten in ‘een soort balkonstoelen met uitzicht op een nieuwe wereld’, waarin we ‘als een kind’ zelf kunnen scheppen met de ‘bouwstenen van de natuur, van het leven, en van informatie’ (Robbert Dijkgraaf).

Gaat de techniek het overnemen? Worden robots de volgende levensvorm? Zijn wij mensen een overgangsfiguur, een tussenstadium tussen dieren en lerende machines? Zal een samenwerkend netwerk van intelligente machines uiteindelijk de ‘mind of the universe’ vormen?

Ik blijf moeite houden met dit vooruitzicht. Niet dat wij het laatste stadium in de evolutie zouden zijn, maar wel dat ‘deep learning’ robots het zullen overnemen.

Ten eerste blijf ik me afvragen of robots werkelijk te vergelijken zijn met mensen. Okay, een auto kan sneller dan een mens, maar is hij daarmee een soort mens geworden? Okay, een computer kan sneller rekenen dan een mens, maar is hij daarmee een soort mens geworden? Okay, informatie-verwerkende machines kunnen meer en sneller ‘leren’ dan een mens, maar zijn ze daarmee ook menselijk geworden?
En waarom zouden we onszelf überhaupt overbodig willen maken?! Wie van de wetenschappers is bereid om te zeggen dat zijn léven mag worden ingenomen door een robot, omdat deze beter functioneert en ‘leeft’ dan hij?

M.a.w., als je mensen met robots vergelijkt, wat is dan het criterium waarop je beide met elkaar vergelijkt? Blijven we met dat criterium ook zicht houden op menswaardigheid? Of hebben we het criterium aangepast aan hetgeen robots kunnen, met veronachtzaming van menswaardig leven?

Uiteraard blijf ik geïnteresseerd in de ontwikkelingen in wetenschap en technologie. Tegelijk blijf ik mijn vraagtekens hebben bij het ‘mensbeeld’ van wetenschappers, wanneer zij menen dat robots onze opvolgers zullen zijn. 

Of is er toch reden tot enige bezorgdheid, voor een wereld waarin machines het zullen overnemen? Kunnen robots uiteindelijk gaan zorgen voor zichzelf, onder andere door hun directe concurrenten uit te schakelen of te onderwerpen?

De vergezichten van wetenschappers moeten allemaal nog bewezen worden, óók de voorspelling dat er binnenkort robots kunnen worden gemaakt die méér mens zijn dan wijzelf, of dat zij zichzelf zo kunnen maken. Tot nader orde blijf ik meer geïnteresseerd in de vooronderstellingen die worden gemaakt over leven en menszijn, dan in de sciencefiction over een wereld overgenomen door robots.




II.
Hoever zullen wetenschap en technologie komen in het namaken van een mens (al dan niet in verbeterde versie, een mens 2.0)?

Vooralsnog ga ik ervan uit dat een mens als organisme niet volledig kan worden nagebouwd als robot, en wel omdat het organisme (met bijbehorend bewustzijn) iets anders is dan een ingewikkeld apparaat. Het menselijk bewustzijn is organisch en gesitueerd, en niet mechanisch en geconstrueerd.

Maar misschien heb ik ongelijk. Ontwikkelingen in wetenschap en technologie zullen uiteindelijk het bewijs leveren welk mensbeeld gelijk heeft: óf een mens blijkt volledig namaakbaar, óf er blijft iets ontsnappen aan alle namaakpogingen (en wat is dat dan).

Wat maakt ons tot mens? En wanneer heet een leven menswaardig te zijn? Valt dat te máken, en dus over te nemen door lerende machines? Voordeel van deze nieuwe ontwikkelingen: dat deze vragen opnieuw gesteld en belangrijk worden!

Laat wetenschappers en techneuten vooral tot het uiterste gaan, dan zullen we meer inzicht krijgen in een aantal fundamentele vragen over leven en menszijn! Zolang we het leefbaar houden voor mensen en andere levende wezens, zou ik zeggen: spannend! Ik ben zeer benieuwd naar de uitkomst!




III.
Survival of the fittest? In de strijd om de toekomst leg ik de nadruk op ‘menswaardig leven’, omdat ik niet zie waarom wij mensen voor minder zouden moeten gaan. Evolutie is ook een ‘struggle’ om te overleven. En dan zet ik in op een menswaardig bestaan.

Waarom zou ik me als mens aanpassen aan robots? Het is uiteraard nog een volkomen imaginaire strijd, tussen mensen en robots, maar waarom zouden mensen zichzelf (en wat hen dierbaar is) zomaar opgeven ter wille van wat robots het beste uitkomt?

Deze kwestie lijkt me sowieso van belang, ook nu robots qua intelligentie nog nauwelijks een partij zijn voor mensen, maar wel een steeds grotere rol spelen in de dagelijkse gang van zaken (m.n. in automatisering). Wordt het niet tijd dat we onze macht over de machines herbevestigen, in plaats van als een soort Charlie Chaplin in ‘Modern Times’ ons te voegen naar de machine? Vervang Charlie’s fabrieksmachine door ICT (internet, sociale media, etc) en er is alle reden om ons opnieuw af te vragen wat een ‘menswaardig leven’ betekent, in deze tijd!

Wellicht dat we door de ontwikkeling van robots anders zullen gaan denken over leven en menszijn. Waar ik me tegen verzet is een wereld waarin we de menselijke maat uit handen geven, door ons leven meer en meer aan te passen aan wat robots kunnen (en wat niet) en aan machinale logica. Bijvoorbeeld door procedures en protocollen te ontwikkelen die door computers kunnen worden uitgevoerd en gecontroleerd, en hen aldus te laten ‘beslissen’ over vragen die ons direct aangaan. Inzake gezondheid. Inzake voorzieningen. Inzake ethische en politieke kwesties. Willen we dat?

Wanneer we computerberekeningen beslissend gaan laten zijn in zaken die de leefbaarheid betreffen, dan hebben we ons lot vrijwillig in handen gelegd van wat een robot goeddunkt, zelfs al kan hij niet denken of voelen. Dan hebben wij onszelf onderworpen aan de kille dominantie van hersenloze machines, nog voordat er sprake is van een verdere stap in de evolutie.

Een verdergaande stap in emancipatie en menswording is mogelijk wanneer we deze neiging tot zelfonderwerping aan de machinale ‘mind’ onderkennen, bestrijden, en omzetten in de wil om heer en meester te blijven (of wederom te worden) over onze eigen schepping, namelijk robots.

zaterdag 8 april 2017

De spelende mens: vernieuwing en revitalisering van cultuur. Manifestatie op komst!

Het project ‘De spelende mens’ inspireert zich op de spelopvatting van Johan Huizinga. In zijn boek ‘Homo Ludens’ laat hij zien hoe aan de basis van alle cultuur spel ligt: ‘Spel is vóór alle cultuur aanwezig’. En meer dan dat: het spelelement is levenssap en groeikracht: ‘Menselijke beschaving komt op en ontplooit zich in spel, als spel’.

Dat betekent andersom dat als het spelelement uit cultuur verdwijnt, de boel ‘verernstigt’ en verstart, en uiteindelijk in crisis geraakt, als een bos dat sterft. Het valt niet te ontkennen dat in onze tijd veel in crisis is. Om daaruit te komen, is spel van vitaal belang. En de spelende mens! Vernieuwing en revitalisering van cultuur komt van spelende mensen.

Het project ‘De spelende mens’ wil hieraan bijdragen. Een eerste stap, een begin dat kan uitgroeien, zoals zaad in de lente!

Het project is geboren uit een initiatief genomen tijdens de cursus ‘De spelende mens’, gegeven aan de Volksuniversiteit, najaar 2016. Op dit moment wordt het project gedragen door zes creatievelingen. Zij hebben elk hun eigen spelopvatting, welke blijkt uit hun werk.
Binnenkort zullen we onze creatieve broedsels tonen in een eendaagse manifestatie!
Meer informatie volgt later.

Op het programma:
poëzie, performances, filosofie, muziek, beeldend werk, workshops, en nog meer!

De manifestatie is een initiatief van: Dries Boele (driesboele@wxs.nl )
De praktische organisatie is in handen van: Mariëlle Buisman (marielle3@me.com )
Geïnteresseerden kunnen met ons contact opnemen.

Om op de hoogte te blijven, stuur een mail (voor nieuwsbrief over ‘De spelende mens’) naar: driesboele@wxs.nl


Wordt vervolgd!


Huizinga over spel en cultuur:
‘Met het spelelement der cultuur wordt hier niet bedoeld, dat onder de verschillende activiteiten van cultuurleven de spelen een belangrijke plaats innemen, ook niet dat cultuur door een proces van evolutie uit spel zou voortkomen, in dier voege dat iets wat oorspronkelijk spel was, later zou overgaan in iets wat niet meer spel was, en cultuur mag heten. De voorstelling die in het hier volgende wordt ontvouwd is deze: cultuur komt op in spelvorm, cultuur wordt aanvankelijk gespeeld.’